InleidingDe oudst bekende familienaam is Boesinck en komt voor aan het einde van de zeventiende eeuw. Hij wordt later ook geschreven als Busink, Buesink of Buzink. Daarnaast komen er in diverse akten allerlei variaties voor, afhankelijk van de uitspraak van degene die de aangifte doet en wat de ambtenaar daarin hoort. De letter E duidt de wijze van uitspraak van de U aan: als een lange U in tegenstelling tot een korte U als in Bussink. Er zijn in de negentiende eeuw verschillende takken te onderscheiden, elk met een eigen schrijfwijze. De naam Buesink komt dan voor in Aalten en in Zuid-Holland, de naam Busink rondom Dordrecht en de naam Buzink voornamelijk in Noord- en Zuid-Holland. De laatste vijftig jaar is deze streekgebondenheid verlaten, en komen de leden van de familie in heel Nederland en ook daar buiten voor.
De gegevens zijn uit diverse bronnen samengesteld. Een eerdere verzamelaar in de vorige eeuw was Bernardus Buesink (1941-1975). Hij schreef onder andere: " .... eerste teken van Buesinks in Aalten dateert van 2 april 1682: de datum waarop Christoffel Busink in de Ned. Hervormde Kerk wordt gedoopt, terwijl hij met Paaschen 1702 in voornoemde kerk belijdenis aflegde. Het is heel goed mogelijk dat een nog steeds in familiebezit zijnde statenbijbel, die eveneens van 1702 dateert, hiermede verband houdt". De oudst bekende voorvader is Hans Boesinck, die rond 1650 werd geboren. Hans was smid, een beroep dat daarna ook door zijn nazaten is uitgeoefend. Acht generaties lang is er in Aalten op de hoek van de Achterstraat (de latere Prinsenstraat, hoek Bredevoortschestraat) een smederij die door een Busink of Buesink wordt gedreven. R. Buzink © 2001-2007 |